Aids-voorlichting in Zuid-Afrika: over bieten, taboe’s en optimisme

Onderstaand stuk over Aids-voorlichting in Zuid-Afrika schreef ik eind november naar aanleiding van Wereld Aids Dag (1 december) voor de website van Vrij Nederland.

In 2009 deed ik onderzoek naar aidsvoorlichting in Zuid-Afrika, een van de zwaarst getroffen landen van de epidemie: naar schatting is bijna 11 procent van de bevolking besmet met het hiv-virus. Jarenlang werd aidsvoorlichting door de overheid gekenmerkt door passiviteit en onwetendheid, maar sinds een aantal jaar waait er een nieuwe wind. Toch blijkt het opzetten van effectieve, doeltreffende voorlichtingscampagnes nog steeds geen gemakkelijke klus.

Het was mei 2009. De man tegenover mij vertelde trots over de activiteiten die hij organiseerde om studenten voorlichting te geven over aids en hen te motiveren zich te laten testen. Hij werkte bij de campuskliniek en was het boegbeeld van de universitaire voorlichtingscampagne. Ik kon wel begrijpen waarom: energiek, optimistisch, overtuigend, en hij had hiv. Ik vroeg er niet naar, maar wist het wel. Bij de ingang van de kliniek prijkte zijn hoofd op een poster, met daaronder de boodschap dat het mogelijk is om een positief en gezond leven te leiden met HIV. Hij was het bewijs dat het leven niet ophield na het ontdekken van een hiv-positieve status. En hij leek op een missie om alle studenten hiervan te doordringen. Een paar maanden later bereikte mij het nieuws dat hij was overleden. Hij had zelfmoord gepleegd.

Uiteraard kunnen er allerlei redenen ten grondslag liggen aan zijn zelfmoord, maar het geeft er in ieder geval blijk van dat hij niet werkelijk zo optimistisch in het leven stond als hij liet merken. Ik kon me voorstellen dat studenten het ineens minder geloofwaardig vonden dat het écht mogelijk is om een goed en gelukkig leven te hebben ondanks HIV.

De laatste jaren was er een landelijke tendens in voorlichtingscampagnes om ‘positief leven’ te benadrukken. Met name overheidsorganisatie Khomanani zette in op het bevorderen van positieve, optimistische attitudes. Slogans als ‘the only thing that spreads faster than HIV is a positive attitude’ moesten de Zuid-Afrikanen ervan overtuigen dat positivisme de sleutel was tot het terugdringen van de epidemie.

De zelfmoord van het lokale boegbeeld van dit positivisme zette me aan het denken over de effectiviteit van dergelijke communicatiestrategieën – zowel op lokaal als landelijk niveau. Het was niet de eerste keer dat ik mezelf de vraag stelde of een dergelijke campagne mensen met hiv niet slechts stimuleert om een façade van optimistische op te werpen, terwijl het ondertussen de werkelijk belangrijke issues nog meer tot een taboe maakt. Zolang voorlichtingsorganisaties een positieve leefstijl promoten, en hiv-positieve Zuid-Afrikanen naar de buitenwereld toe doen alsof ze inderdaad een goed en gelukkig leven hebben, hoeft niet gesproken te worden over de werkelijke problemen: de stigma’s die rondom de ziekte hangen en de angst voor discriminatie, fysieke aftakeling, depressie en een vroege dood.

En er werd al zo weinig gesproken over aids. Helen Epstein vertelt bijvoorbeeld in haar boek The Invisible Cure dat in jongerencentra van LoveLife, een organisatie die zich inzet voor bestrijding van aids, openlijk wordt gesproken over sex en relaties – maar nooit over Aids. En op scholen waar de schrijfster komt, lijken kinderen zich niet bewust van het feit dat verschillende klasgenoten hun ouders hebben verloren aan aids.

Spotprent over het promoten van groente en vitamines tegen hiv

In ieder geval was de Khomanani-campagne al een enorme vooruitgang ten opzichte van het overheidsbeleid in eerdere jaren. De jaren negentig werden gekenmerkt door een gebrek aan actie, of door campagnes waar de onwetendheid en naïviteit vanaf straalde. Zo werden ooit gratis condooms verspreid met een kaartje eraan vastgeniet.

Tijdens de eerste jaren na de apartheid stond de aidsproblematiek amper op de politieke agenda. Mandela zette zich pas na zijn aftreden actief in voor de bestrijding van aids. Zijn opvolger Mbeki voerde een verbijsterend beleid op het gebied van gezondheidszorg en hing openlijk theorieën aan van zogenaamde ‘aids dissidenten’. Deze groep wetenschappers beweert dat AIDS niet veroorzaakt wordt door het hiv-virus en niet wordt overgedragen door sex, maar bijvoorbeeld door een combinatie van omgevingsfactoren en voedingspatronen (zie o.a. virusmyth.com of rethinkingaids.com). Mbeki koesterde in navolging van de dissidenten een diep wantrouwen jegens de antiretrovirale medicijnen uit het westen, die volgens hem niet alleen zinloos waren, maar zelfs schadelijk voor de gezondheid. Ondertussen raadde zijn minister van gezondheid, Manto Tshabalala-Msimang, de snel groeiende groep mensen met aids aan om natuurproducten als olijfolie en bieten te gebruiken ter genezing.

LoveLife Billboard uit 2008

Gelukkig gooide de huidige president Zuma het over een compleet andere boeg, wat een enorme vooruitgang voor de aidsvoorlichting betekende. Die voorlichting wordt dan wel gedaan door organisaties als Khomanani, waar ik eerder twijfels over uitte, maar in ieder geval wordt de aidsepidemie eindelijk serieus genomen door de overheid. En toegegeven, het is ook niet makkelijk om een effectieve campagne op te zetten. Toen LoveLife billboards maakte met metaforen en cryptische slagzinnen bleek uit onderzoek dat jongeren uit de doelgroep die billboards vaak niet of maar half begrepen zoals ze bedoeld waren. En dan is er ook nog het probleem van AIDS fatigue: door de overvloed aan informatie worden mensen het onderwerp zat.

De aanpak van de aids-epidemie in Zuid-Afrika gaat met vallen en opstaan. Dat kan waarschijnlijk ook niet anders, gezien de omvang en complexiteit van het probleem, de enorm diverse populatie van Zuid-Afrika en de valse start onder Mbeki. Maar beetje bij beetje komt er gelukkig verbetering in de situatie en wordt medische zorg, opvang en voorlichting beter en effectiever. De mythes en misverstanden die onder de bevolking rondwaren over de ziekte maken langzaam plaats voor kennis en awareness, het aantal mensen dat zich laat testen is de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid, jongeren gebruiken vaker een condoom en steeds meer mensen hebben toegang tot gratis antiretrovirale behandeling.

Vorig jaar presenteerde Zuma op Wereld Aids dag de plannen voor 2010. Naast verbeteringen in de zorgsector kwam de focus in de voorlichtingscampagne te liggen op hiv-testen: de overheid wil dat iedere Zuid-Afrikaan zijn status weet. Zuma gaf zelf het goede voorbeeld door zich zowel op Wereld Aids dag 2009 als bij de start van de campagne in april 2010 publiekelijk te laten testen. Na die laatste test maakte hij het resultaat (hiv-negatief) openbaar. Zijn woordvoerder zei hierover: “Zuma buries the denialism, aloofness, poetic and bookish approach to the Hiv/Aids pandemic associated with the presidency during the 10-year tenure of president Thabo Mbeki.”

Op de website hacalara.org, een samenwerkingsverband tussen twee Nederlandse en een Zuid-Afrikaanse universiteit, staan verschillende publicaties over de effectiviteit van hiv/aids-voorlichting in Zuid-Afrika. Het hacalara-project bouwt voort op onderzoek uit een eerder project, dat te vinden is op epidasa.org.

Advertenties