De onderkant van het nieuwe Zuid-Afrika

leavingLaatst keek ik twee documentaires over Zuid-Afrika van dezelfde documentairemaakster (Saskia Vredeveld): Leaving Mandela Park en Arme Blanken. Wat me opviel? Hoezeer de situatie van de mensen in beide documentaires zo vergelijkbaar kan zijn en toch zo verschillend.

In Leaving Mandela Park zien we verschillende kinderen die in de townships rondom Kaapstad wonen, maar grotere dromen hebben. Kunst speelt daarbij een belangrijke rol. Zo wil Cynthia een ander leven leiden dan haar drugsverslaafde broer en gewelddadige buurtgenoten door zich te storten op saxofoon spelen. Siseko ziet zichzelf en zijn moeder thuis continu geconfronteerd met zijn gewelddadige vader, maar hoopt ondertussen ooit in een opera te zingen in Italië. En de ijverige scholier Pinkie heeft in klassieke dans de manier gevonden om haar emoties te uiten over al het geweld en andere ellende die ze om zich heen ziet: “ Dancing is an emotional healer. It’s my secret medicine.”

In de tweede documentaire, Arme blanken, draait het om de blanken die hun buurt en hun eigen leven achteruit hebben zien gaan in het nieuwe Zuid-Afrika. Een snel groeiende groep aan de onderkant van de samenleving, die zich door de politiek vergeten voelt.

Zo zien we een man die met zijn vrouw en drie kinderen in een krappe, lekkende garage sinds hij zijn vaste baan als beveiliger kwijtraakte. Hij werd arbeidsongeschikt door een schietincident tijdens het werk. Sindsdien werkt hij hooguit af en toe op oproepbasis. We zien hem tijdens een van die oproepdiensten door een buurt met grote huizen achter grote hekken rijden: “Ze betalen maar 15 per maand. Toch riskeer je je leven daarvoor.”
En dan zijn er nog de tentenkampbewoners. Irene, die zich de moeder en oma van de campingbewoners noemt, doet haar best om alles in goede banen te leiden en er een hechte community van te maken. Maar dat kan niet voorkomen dat er veel verbittering, frustratie en moedeloosheid is. Voor de camera ventileren verschillende bewoners hun mening over hun situatie en wiens schuld dat is. Irene: “De gemeente wil ons niet helpen omdat we niet betalen, maar die zwarten kunnen het wel krijgen!” En een mannelijke kampbewoner: “Ik heb nog ‘ja’ gestemd, toen we naar de stembus moesten om ons uit te spreken over afschaffing van de apartheid. Daar heb ik nu spijt van.”

arme blankenVeel van de uitspraken in Arme blanken zouden in onze samenleving al snel als racistisch worden bestempeld. Maar daar moet je als kijker even doorheen prikken. Als je goed nadenkt over wat ze zeggen, op wie ze commentaar leveren en wat hun omstandigheden zijn, dan komt er in mijn ogen een ander beeld naar voren dan dat van racistische blanken in post-apartheid Zuid-Afrika. Het is niet een etnische groep waar hun frustratie en woede zich op richt, het is de politiek en het systeem. De landelijke politici en gemeentelijke ambtenaren die in hun ogen wel zwarten helpen, maar zich afwenden van hún problemen. Het beleid van positieve discriminatie waardoor ze geen baan meer kunnen vinden. En de ziekenhuizen die hen weigeren, maar wel arme zwarten willen behandelen.

Of dit inderdaad gebeurt, laat ik in het midden. Ik weet niet of gezinnen als die in Leaving Mandela Park beter geholpen worden door de overheid en ziekenhuizen. En ik denk dat de mensen in Arme blanken net zo goed geen goed beeld hebben van hoe het leven er in townships als Mandela Park uitziet. Maar daar gaat het mij ook niet om. Wat ik vooral zie, als ik naar Arme Blanken kijk, is mensen die slachtoffer zijn geworden van het nieuwe Zuid-Afrika en niet weten hoe ze daarmee om moeten gaan. En of ze daar nou zelf iets aan konden doen of niet, ze voelen zich duidelijk vergeten door de overheid.  Dit zijn mensen die niet zozeer tegen rassengelijkheid waren – en zich soms ook ronduit tegen het oude apartheidssysteem uitspreken – maar die sindsdien wel de macht over hun leven hebben verloren.

Ineens moesten zij met veel meer mensen concurreren om hun banen dan voorheen. En hun ‘blanke’ buurt delen met veel meer mensen. En zagen ze hun buurt verloederen omdat de politiek andere prioriteiten ging stellen en omdat zijzelf langzaamaan minder geld en middelen kregen om de kwaliteit van leven in de wijk hoog te houden. Allemaal omstandigheden waarmee ze waarschijnlijk niet hebben leren omgaan, omdat zij altijd beschermd hebben geleefd. Opmerkingen als ‘vroeger was het beter’ betekenen uit hun mond niet per se dat het apartheidssysteem beter was. Het betekent dat zij niet waren voorbereid op verandering van dat systeem. Dat het lot hen een aantal rake klappen heeft uitgedeeld. En dat zij ermee worstelen om hun weg te vinden in het nieuwe Zuid-Afrika.

Dit zorgt voor een duidelijk verschil in toon met de documentaire over de kinderen in Mandela Park. De arme blanken hebben hun leven – vaak onverwacht – in een neerwaartse spiraal zien komen en voelen zich machteloos. Hun emoties variëren van terneergeslagen, teleurgesteld, nostalgisch gefrustreerd, kwaad en gelaten. In de verhalen van de kinderen in ‘Leaving Mandela Park’ klinkt een heel andere teneur: dit zijn jongens en meisjes die in armoede opgroeien, maar desondanks ambitieus en ondernemend zijn.  In de verhalen van de townshipkinderen klinkt hoop en optimisme. Of het hen daadwerkelijk lukt om uit de township te komen en succesvolle carrières op te bouwen, moet de tijd nog leren. Maar in ieder geval geloven zij erin.

pinkie

Het kan natuurlijk dat deze kinderen een uitzondering zijn in een omgeving vol armoede en geweld. Misschien zijn zij gewoon goed gekozen door de documentairemaakster en zijn de meeste mensen om hen net zo moedeloos als de arme blanken. Daarnaast kan het verschil maken dat het jongeren zijn: zij hebben hun hele leven nog voor zich, en dus ook hun enthousiasme over het leven en wat ze willen bereiken.

Maar leeftijd en individuele aspecten terzijde is er nog een andere belangrijke reden voor hun zoveel hoopvollere blik op de toekomst. Dit zijn kinderen die net als de generaties zwarten voor hen in barre omstandigheden leven en al veel ellende hebben meegemaakt. Maar het verschil is dat zij kansen hebben die hun ouders niet hadden. Dat zij vrijheden kennen die zwarten decennialang niet gekend hebben. Dat zij mogelijkheden hebben om hun lotsbestemming ten goede te keren.

De jongeren die aan het woord komen in Leaving Mandela Park beseffen dit maar al te goed. Ze zien kansen, en staan klaar om die te grijpen als ze langskomen. Voor hen kan het leven alleen maar beter worden. In tegenstelling tot de arme blanken, voor wie de ellende in hun leven relatief nieuw is. Dit lijkt als gevolg te hebben dat zij zich niet goed raad weten met de situatie. Ze zijn gefrustreerd, maar lijken zich tegelijkertijd bij hun lot te hebben neergelegd. Ze leggen de schuld van hun situatie bij omstandigheden buiten hun macht en zien geen mogelijkheid om daar tegenop te boxen. Of zij die mogelijkheden ook niet hebben of dat ze de motivatie zijn verloren om kansen te zoeken en te grijpen, durf ik niet te zeggen. Ik constateer alleen dat hun toekomstvisie een heel stuk zwartgalliger is dan die van de kinderen van Mandela Park. Zij hebben geen hoop, geen dromen, geen ambities. Ze zitten voor hun tentje, kijken hoe hun kinderen in de modder spelen en denken terug aan betere tijden.

Zelf de documentaires zien? Beide zijn te vinden op hollanddoc:
Leaving Mandela Park (overigens een ingekorte versie ten opzichte van het origineel. Ik heb de documentaire nog nergens anders gevonden, maar het lijkt erop dat het verhaal van een van de vijf kinderen er uit is gehaald.)
Arme Blanken (wel de hele versie)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s