Anouk Broersma

Wetenschapsjournalist en redacteur Schrijft vanuit Nijmegen o.a. over psychologie, brein en gezondheid. Contact? info@anoukbroersma.nl

Levert DNA onomstotelijk bewijs dat Nessie niet bestaat?

Loch Ness is onlangs door wetenschappers aan een nieuwe, grote inspectie onderworpen op zoek naar sporen van leven. Hun DNA-vondsten kunnen het prehistorische beest dat het Schotse meer zou herbergen definitief naar het rijk der fabelen verwijzen.

Dit artikel schreef ik origineel voor KIJK, nummer 9 – 2018. Bovenstaande foto maakte ik zelf, van mijn persoonlijke Nessie.

Twee weken lang struinden onderzoekers afgelopen juni met een boot het Schotse meer Loch Ness af. Het waren lange dagen, regelmatig werd van 6 uur ’s ochtends tot middernacht gewerkt. De buit: 259 watermonsters van verschillende locaties, waaronder op het diepste punt van zo’n 230 meter. Op dit moment wordt het DNA in die monsters onderzocht, om te ontdekken wat er in het water leeft.

Er was veel media-aandacht voor het project, een samenwerking tussen Nieuw-Zeelandse en Europese onderzoekers. Het is nou eenmaal één van de beroemdste meren ter wereld, de thuisbasis van Nessie. Vele monsterjagers zochten door de jaren heen driftig naar het dier dat naar verluidt lijkt op een Plesiosaurus, een uitgestorven waterreptiel uit de prehistorie. Ook dit nieuwe onderzoeksteam noemt zich Loch Ness Hunters, al verwachten ze niet écht een monster te vinden. Ze zijn vooral nieuwsgierig naar de biodiversiteit in het meer.

Maar áls Nessie  in de diepe, donkere en mysterieuze wateren van Loch Ness rondzwemt, schrijft hoofdonderzoeker Neil Gemmell (Universiteit van Otago) in een online artikel, dan is misschien wel DNA-bewijs te vinden voor zijn bestaan. Of wordt dit de wetenschappelijke genadeklap en kunnen we Nessie ‘doodverklaren’ na een zoektocht die al loopt sinds de jaren dertig?

King Kong

In de zomer van 1933 ziet Londenaar George Spicer tijdens een autoritje langs Loch Ness iets wonderlijks de straat oversteken. Het leek een draak of prehistorisch dier, vertelt hij de lokale krant. Het wezen had een lange, slingerende nek en een groot lichaam met hoge achterkant. Dit verslag was de geboorte van het monster van Loch Ness zoals we die tegenwoordig kennen. Eerder waren er wel meldingen van ‘iets’ vreemds in het water, maar dat was hooguit wat gespetter of een bult. Soms opperden de ooggetuigen zelf al dat het een grote vis of zeehond kon zijn. Spicer was de eerste die vol overtuiging repte over een prehistorisch dier met een lange nek.

Waarom dook Nessie pas in 1933 op? Volgens de Amerikaanse paleobioloog Donald R. Prothero hebben we dat te danken aan King Kong. Die film kwam eerder dat jaar uit en bevat een scene met een watermonster dat sprekend op Nessie lijkt. Spicer had King Kong ook gezien, en gaf de gelijkenis toe, maar niemand zag dat destijds – en vaak nu nog niet – als waarschuwing om het verhaal met een korreltje zout te nemen. In plaats daarvan inspireerde het talloze anderen om óók het monster te gaan zoeken.

Tussen de vele ooggetuigenisverslagen zaten vanaf het begin opzettelijke hoaxes (zie kader ‘De foto van de chirurg’ hieronder). Maar ook oprechte waarnemingen zijn volgens sceptici op vele manieren te verklaren. Het kan een optische illusie zijn, drijvend hout of een golf veroorzaakt door boten. Ook vogels met lange nek en otters kunnen van veraf bezien groter lijken dan ze zijn. Volgens een populaire theorie zijn zeehonden de belangrijkste ‘schuldige’. Hun lichaamsvorm sluit aardig aan bij veel ooggetuigenverslagen en het is bekend dat zij soms vanuit zee hun weg naar Loch Ness vinden.

En al dat bewijs op foto en video? Dat blijkt steevast vatbaar voor interpretatie. Het beroemdste bewegende beeld van Nessie, gemaakt door Tim Dinsdale in de jaren zestig, is volgens latere analyses waarschijnlijk een motorboot. Al zou je de originele film moeten bekijken om het zeker te weten, en die wil de familie Dinsdale om onduidelijke redenen niet vrijgeven.

De foto van de chirurg

De beroemdste foto van Nessie is de ‘surgeon’s photograph’ uit 1934, van arts Robert Wilson. Ene vertelde in 1975 echter in de media dat de foto een hoax was, gemaakt door hem en zijn vader Marmaduke Wetherell. Het was een zelf geknutseld modelmonstertje, bevestigd aan een speelgoedonderzeeër. Marmaduke Wetherell gaf de foto via een kennis aan Wilson, omdat hij dacht dat de pers hém niet zou geloven. Vier maanden eerder had Wetherell al het nieuws gehaald met de vondst van een voetspoor van Nessie. Die bleek al snel van een nijlpaard, waarschijnlijk door Wetherell zelf in het zand gedrukt met nijlpaardpoot die tot asbak was omgebouwd.

Groter dan een zalm

Naast scepsis vanaf dag één kon Nessie door de jaren heen ook rekenen op aandacht van zowel amateuronderzoekers als wetenschappers. Er doken organisaties op als het Loch Ness Phenomena Investigation Bureau, dat een groot deel van het meer vanaf 1964 onder zware camerabewaking zette. Het bureau hield tot 1972 vol met filmen, maar Nessie liet zich niet overtuigend op beeld vastleggen. Andere monsterjagers probeerden het met onderwatercamera’s of mini-onderzeeërs, maar daarvoor bleek het water te troebel. Een paar meter vooruit zag je vaak al geen steek meer.

Een techniek waarbij onderwaterzicht geen rol speelt, is sonar. Sonar, kort voor Sound Navigation and Ranging, gebruikt geluidsgolven om objecten in het water te vinden. De marine kan met sonar schepen en onderzeeboten detecteren, biologen monitoren er walvissen en haaien mee. Je zou verwachten dat een uit de kluiten gewassen waterreptiel als Nessie met sonar ook te vinden is, maar helaas, hij dook niet op.

Dat ligt er zeker niet aan dat het niet is geprobeerd. Al in 1962 scande een team van de Universiteit van Cambridge Loch Ness met vier boten. In de jaren daarna volgden vele andere sonarprojecten. Tijdens de grootste, Operation Deepscan in 1987, gingen 24 boten systematisch alle hoeken en gaten van het meer af. In 2003 deed de BBC het nog eens dunnetjes over, waarbij ook GPS werd gebruikt  – om er écht zeker van te zijn geen stukje water te missen.

Hier en daar leverde een sonarzoektocht wel een onverklaarbare meting op, maar niet van Nessie-formaat. Hooguit was het een dier groter dan een zalm. Een steur of andere meterslange vis waarvan wordt gedacht dat die niet in Schotse meren voorkomen, opperen sommigen. Maar het kunnen net zo goed vals-positieve resultaten zijn, schrijft Prothero in het boek Abominable Science. Met een beetje pech zie je met sonar een school vissen aan voor een groot dier. Ook grote stukken hout of afval op de zeebodem kunnen tot vreemde metingen leiden. Prothero werpt nog een amusant idee op: mysterieuze sonarvondsten kunnen ook gezonken apparatuur zijn die eerdere monsterjagers achterlieten.

Dan waren er ook nog mensen die het over een andere boeg gooiden en gingen baggeren, op zoek naar botmateriaal. Hun theorie was dat één Plesiosaurus – of welk onbekend dier dan ook – niet in zijn eentje miljoenen jaren kan hebben overleefd. Als Nessie bestond, moest er een groep zijn, waarin ook dieren overlijden. Waarom dook nooit een karkas of minstens een botje op?

DNA uit de omgeving

Monsters vonden de wetenschappers niet, maar al die projecten leverden wel veel kennis op over de biodiversiteit in Loch Ness. De Nieuw-Zeelandse onderzoeker Neill Gemmell hoopt daar een extra steentje aan bij te dragen met het eDNA-onderzoek, een niet eerder gebruikte methode.

Het idee is simpel. Dieren en planten laten sporen van zichzelf achter in de aarde en het water waar ze leven, zoals huid, haar, veren, uitwerpselen, stuifmeel of schors. De methode bestaat al een jaar of tien, maar wordt pas sinds vijf jaar veel gebruikt, licht Gemmell toe per mail. eDNA-onderzoekt is onder meer succesvol ingezet in het monitoren van haaien en walvissen. “Het is misschien wel één van de beste instrumenten die we hebben voor het monitoren van de natuur.”  Het grootste nadeel is dat er nu nog veel werkuren en labfaciliteiten voor nodig zijn, maar er zijn snellere, draagbare op komst.

Eerlijk is eerlijk, et vinden van een monster is niet de prioriteit in het project. De onderzoekers zien het ‘monsterjagen’ vooral als een mooie manier om het publiek iets te leren over wetenschappelijke processen. Voor henzelf is het vooral de unieke biologie van het meer die hen erheen trekt. Gemmell: “Ness is diep en er zit een hoge concentratie aan microscopische turfdeeltjes in het water. Die werken als filters, waardoor het l op een paar meter diepte al erg donker is.” Planten die afhankelijk zijn van lichtenergie kunnen er dus niet groeien. De vraag is wat dat doet met het leven onder water. “Er zouden nieuwe bacterievormen diep in de wateren van Loch Ness kunnen zitten.” Er is nog een reden om meer over Loch Ness te leren: het is een belangrijke verbinding richting andere waterwegen in de regio. “Wat daar gebeurt, heeft impact op andere plekken.”

Leegpompen

En Nessie? Uiteraard gaat die ook nog onder de loep. eDNA blijft hooguit enkele dagen in het water bewaard, dus dit onderzoek geeft slechts een ‘snapshot’ van het leven in Loch Ness in juni. Gemmell: “Maar er waren twee ‘monster’-ooggetuigenissen in die periode, dus misschien vinden we wel iets ongebruikelijks in het verzamelde eDNA.”

Neem de theorie dat het ‘gewoon’ een grote vissoort als een meerval of steur is: “Dat kunnen we natuurlijk testen door te bepalen of er DNA in onze monsters zit dat matcht met zulke vissoorten” Op dezelfde manier valt te testen of er DNA-matches zijn met een groot reptielachtig dier uit de tak van de prehistorische Plesiosaurus. Al lijkt dat de onderzoeker nog onwaarschijnlijker dan het vinden van vissen die voor zover bekend niet in Schotse wateren voorkomen.

Maar kunnen we ooit, op basis van de wetenschap, met zekerheid stellen dat Nessie er níet is? Gemmell: “Dat valt onmogelijk te bewijzen zonder het meer leeg te pompen. En dan nog hebben mensen ongetwijfeld verklaringen voor het nulresultaat. Dan kan Nessie tijdreizen, is het een alien die even niet op aarde is of is hij op vakantie.”

Maar toch, hoe uitgebreider je onderzoekt of iets aanwezig is, hoe groter de kans dat je het uiteindelijk vindt. En door de jaren heen is het meer binnenstebuiten gekeerd. Camera-observaties, sonar, baggeren, het leidde allemaal nergens toe. Hoogstwaarschijnlijk kan ook dit eDNA-project, waarvan de resultaten begin 2019 worden verwacht, op de dikke stapel aanwijzingen dat Nessie een fabeltje is. Als een onbekend waterdier van die omvang zó lang kan overleven zonder dat de wetenschap enig teken van leven kan vinden, zou dat met recht legendarisch zijn.

Bronnen voor dit artikel waren o.a.:

Daniel Loxton & Donald R. Prothero, Abominable science. Origins of the Yeti, Nessie, and other famous cryptids, Columbia University Press, 2013
Adrian J. Shrine, Surgeon or Sturgeon? Lochness and Morar Project, 1993
Neil Gemmell, Hunting monsters or how I stumbled on a way to make my science fun and relevant, natureecoevocommunity.nature.com, 23 juni 2018.

+++

 

+++

3 andere mythische monsters

Nessie, Bigfoot en de Yeti zijn de meeste beroemde mythische wezens waarvan velen geloven dat ze bestaan, maar zij zijn zeker niet de enigen. Drie minder bekende voorbeelden:

Het Stronsay beast

In 1808 spoelde op een Schots eiland volgens verhalen een mysterieus langwerpig dier aan, met lange nek en manenals van een paard. Biologen die het karkas onderzochten waren er echter duidelijk over: wat ooggetuigen hadden gezien was het restant van een reuzenhaai, aangevreten en in staat van ontbinding.

Mokele Mbembe

Rondom de rivier in Congo zou een prehistorisch dier genaamd Mokele Mbembe ronddwalen. Legendes over mythische dieren bestonden al in Afrika, maar pas begin twintigste eeuw doken beschrijvingen op van een dinosaurusachtig dier. Niet geheel toevallig de periode waarin steeds meer bekend werd over dino’s?

Jackalope

Toegegeven, weinig mensen geloven waarschijnlijk écht in zijn bestaan. Maar fascinerend is het idee van een konijn met gewei wel. Volgens de legende woont hij in afgelegen gebieden in West-Amerikaanse staten als Wyoming en Colorado. Hij zou zijn gewei als wapen gebruiken en het geluid van menselijke stemmen kunnen nabootsen.

 

Doneren

Dit artikel kon je gratis lezen via mijn website. Waardeer je het en wil je dat laten blijken? Je kunt mijn journalistieke werk steunen met een donatie.

Totaal: € -

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2020 Anouk Broersma

Thema door Anders Norén